Home Over Het Grootslag Nieuws & publicaties Nieuws Blog: Recht op ruimte

Blog: Recht op ruimte

Leestijd: 5 minuten

Begin dit jaar haalden we het nieuws omdat het Noordhollands Dagblad meldde dat er meer dan 1000 reacties waren op een sociale huurwoning van ons in Hoogkarspel. Helaas is dit geen uitzondering meer, maar eerder de norm. De woningnood is groot en raakt steeds meer mensen. Daarom zetten we alles op alles om te zorgen voor zoveel mogelijk betaalbare woningen. Om zo te helpen het enorme woningtekort terug te dringen. Maar als je niet alleen kijkt naar het aantal woningen, maar ook naar de hoeveelheid beschikbare woonruimte dan zie je iets opmerkelijks.

 

Van 15 naar 53 vierkante meter per persoon

Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw is er naar schatting maar liefst 6x zoveel woonoppervlakte bij gekomen. Terwijl in diezelfde periode het aantal inwoners in Nederland nog niet eens is verdubbeld. Hoezo woningtekort?

Enerzijds zijn de woningen in deze periode flink groter geworden. Direct na de oorlog bedroeg de gemiddelde woninggrootte circa 50-65 m²; tegenwoordig ligt dat gemiddelde rond de 115–120 m². Tegelijkertijd zijn we deze grotere woningen met steeds minder mensen gaan bewonen. Waar in de jaren 50 gemiddeld ruim vier personen in één woning woonden, ligt dat gemiddelde nu net boven de twee personen per woning. Deze twee ontwikkelingen samen maken dat de gemiddelde woonruimte per persoon sinds de jaren vijftig veel groter is geworden: van circa 15 m² per persoon toen naar 53 m² nu. Internationaal gezien wonen Nederlanders daarmee zeer ruim, zeker gezien de hoge bevolkingsdichtheid van ons land.

 19502025
aantal inwoners in NederlandCa. 10 miljoen Ca. 18 miljoen 
aantal woningen in NederlandCa. 2,2 miljoen Ca. 8,3 miljoen 
woonoppervlakte totaalCa. 150 mln m2  Ca. 950 mln m2 
gemiddelde oppervlakte per woningenCa. 65 m2Ca. 120 m2 
gemiddeld aantal personen per woningCa. 4,3Ca. 2,2 
gemiddelde oppervlakte per persoonCa. 15 m2Ca. 53m2
   
Bron: bewerking van CBS cijfers  

 

Waarom wonen we zo ruim, terwijl de woningnood zo groot is?

Gemiddeld zijn we er in woonruimte dus enorm op vooruit gegaan. Maar de woonruimte is niet eerlijk verdeeld. Cody Horstenbach, onderzoeker op de universiteit van Amsterdam, schreef er recent een interessant artikel over. Volgens hem blijkt meer dan de helft van de Nederlandse huishoudens overdadig of sterk overdadig te wonen. Dat komt vooral voor bij hogere inkomens, huiseigenaren, ouderen en bij huishoudens in minder verstedelijkte gebieden. Hochstenbach becijfert bovendien dat als de ruimst wonende huishoudens gemiddeld circa 10 à 11 m² per huishouden zouden inleveren, er theoretisch voldoende woonruimte zou ontstaan om het huidige woningtekort op te lossen – zonder één woning bij te bouwen.

Nu klinkt dat misschien heel gek, woonruimte afstaan. Want naast alle praktische bezwaren over het herverdelen van de ruimte, voelt het vooral principieel onrechtvaardig, zeker waar het particuliere huiseigenaren betreft. Het eigendomsrecht is immers opgenomen in artikel 14 van de grondwet. Maar toch wil ik je met dit artikel uitdagen tot wat “perspectivistische lenigheid”: hoe rechtvaardig is ons “recht op ruimte” nu eigenlijk?

Woonruimtevorderingen en verplichte inwoners

Ook net na de tweede wereldoorlog was er een groot woningtekort. Woningnood werd destijds als volksvijand nummer 1 bestempeld. Ruim wonen gold als maatschappelijk onaanvaardbaar. Naast het bijbouwen van veel woningen, kregen gemeenten de bevoegdheid om via woonruimteverordeningen woonruimte in te vorderen. Huishoudens die relatief groot woonden konden verplicht worden om één of meerdere personen in huis te nemen. Het algemeen belang – het bieden van onderdak aan iedereen – werd onder strikte voorwaarden zwaarder gewogen dan het individuele eigendomsrecht. Begin jaren zestig woonde nog ongeveer één op de negen huishoudens in bij anderen.

Elke nieuwbouwwoning vraagt ruimte die nu ook al in gebruik is

Anno nu klinkt dit nauwelijks voorstelbaar. Tegelijkertijd rijst de vraag hoe realistisch het is om op de huidige voet verder te gaan. Waar moeten die circa één miljoen extra woningen komen? Elke extra woning vraagt ruimte die nu óók een functie heeft — voor landbouw, natuur, bedrijven, infrastructuur of landschap. Niet voor niets stuit vrijwel elk nieuwbouwproject op enorme bezwaren. Van wie is die ruimte eigenlijk en hoeveel ruimte vinden we dat je als persoon voor jezelf mag “claimen”? Vinden we het eerlijk dat de ruimte toebehoort aan degene die daar als eerste een claim op heeft gelegd? Of is het eerlijker om de ruimte met alle inwoners te delen? 

Groter wonen vraagt meer grondstoffen en levert meer uitstoot

Daarnaast zijn niet alleen ruimte, maar ook grondstoffen schaars. Grotere woningen vragen meer materialen, meer energie en zorgen voor meer uitstoot en meer druk op het elektriciteitsnet en de infrastructuur. Ook voor deze grondstoffen en de effecten op de gezonde leefomgeving kan je de vraag stellen: hoeveel vinden we dat we daar per persoon van mogen “claimen”? Is het rechtvaardig dat mensen met meer geld meer beslag mogen leggen op schaarse bronnen?

Op naar een nieuwe maatschappelijke norm

Ons huidige systeem stelt die vragen nauwelijks. Sterker nog: het bevoordeelt groot wonen en alleen wonen structureel. En het ruimte efficiënt samenleven wordt juist ontmoedigt. Wie groot woont in een koopwoning bouwt vermogen op en profiteert van fiscale voordelen zoals hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait. Samenwonen, woningdelen of hospitaverhuur levert geen fiscaal voordeel op en kan zelfs leiden tot verlies van toeslagen of uitkeringen. Ook maatschappelijk gezien staat groot wonen zelden ter discussie. Sterker nog, groot wonen is cultureel gezien juist de norm.

Beloon het delen van ruimte

Dit pleidooi is geen oproep tot herinvoering van verplichte woonruimtevordering. Ook is het niet de bedoeling om mensen die groot wonen de schuld te geven van de wooncrisis. Wel is het een uitnodiging om het gesprek te voeren over een eerlijker verdeling van onze schaarse ruimte. Samenwonen, woningdelen en hospitaverhuur zou beloond in plaats van bestraft moeten worden. En mensen die overdadig wonen en liever geen ruimte delen zouden kunnen bijdragen aan de maatschappelijke kosten van dat ruimtegebruik. Bijvoorbeeld door het heffen van een “overdadige ruimtebijdrage”, die ingezet kan worden om mensen die klein wonen of woonruimte delen juist te belonen. Geen straf, geen verplichtingen, geen zondebokken en geen wij-zij. Maar een systeem dat uitgaat van gelijkwaardigheid, keuzevrijheid en solidariteit. Precies datgene wat past bij een samenleving die ruimte deelt, in plaats van opeist.

Over deze blog

In deze terugkerende blog gaat onze directeur-bestuurder Anneke TImmermans in op actuele thema’s binnen wonen, leefbaarheid en onze opgave als woningcorporatie.