Eerlijk (ver)delen
Op een sociale huurwoning komen vaak honderden reacties. Wie de woning krijgt wordt in onze regio bepaald op basis van inschrijftijd. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dit lijkt eerlijk, maar voor mij voelt het soms ook een beetje als een zwembad bij een all-inclusive hotel. Diegenen die op tijd een bedje met hun handdoek hebben bezet, hebben de beste plek. Ook als zij vervolgens de hele dag weg zijn. Wie pas een ligbed zoekt wanneer hij wil zwemmen, vist achter het net. Hoe eerlijk is ons systeem eigenlijk en wat kan er beter?
Door de sterk gestegen woningprijzen en de toegenomen vraag is de behoefte aan betaalbare woningen enorm gestegen. Veel mensen willen een huis kopen, maar voor slechts een klein deel zijn de huidige koopprijzen nog betaalbaar. En omdat er in West-Friesland relatief weinig huurwoningen zijn, neemt de vraag daarnaar enorm toe. Daarom doen we ons best om zoveel mogelijk nieuwe woningen te bouwen, maar dat gaat helaas niet snel genoeg.
‘De gemiddelde wachttijd is opgelopen tot 10-14 jaar’
Als corporatie hebben we dagelijks te maken met mensen in urgente situaties die we allemaal een fijn thuis gunnen. Mensen die vanwege gezondheid gelijkvloers moeten wonen, starters die het ouderlijk huis niet uit kunnen, mensen die hier in de regio willen werken of hier geboren zijn en terug willen komen, mensen in een vechtscheiding, enzovoorts. De gemiddelde wachttijd in onze regio is opgelopen tot 10-14 jaar.
‘1000 reacties op een woning. En toch zijn 16 afwijzingen geen uitzondering’
Maar we zien ook tegengestelde signalen.
Wachten op het ‘golden ticket’
Het lijkt vreemd, maar in mijn ogen is dit juist een bevestiging van het falen van het huidige systeem. Woningzoekenden moeten in ons systeem vaak zo lang wachten dat zij hun opgebouwde inschrijftijd, hun “golden ticket’, niet zomaar willen inzetten voor de eerste de beste woning. Want wie weet hoe lang zij dan moeten wachten om weer aan de beurt te zijn?
Zo deelden we onlangs in ons huurdersblad
Zo kan het dus dat er op papier veel behoefte lijkt te zijn aan kleine starterswoningen, terwijl in de praktijk vooral grotere eengezinswoningen populair zijn. Als een soort “verzekeringspremie” voor de toekomst.
Wie mag er eerst?
De vraag is dus of het systeem van “wie het eerst komt, wie het eerst maalt” nog wel werkt in de huidige praktijk waarin de wachttijden zo extreem zijn opgelopen. Is het eerlijk dat iemand die zich op zijn 18e heeft ingeschreven en daarna jarenlang in een koopwoning heeft gewoond, na zijn pensionering zijn opgebouwde wachttijd kan inzetten en voorgaat op een starter met een kind die nog bij zijn ouders op zolder woont? Of is het eerlijk dat degene die de hoogste nood heeft als eerst wordt geholpen? Maar wie bepaalt dat dan? En hoe?
'Senioren hebben vaak meer kans op een woning dan starters'
Niet voor niets worden er de afgelopen jaren behoorlijk wat alternatieven bedacht voor het klassieke wachttijdenmodel. In West-Friesland hanteren we het doorstroommodel, met doorstroomvoorrang. Het idee is dat een woningzoekende zoals Felicia voorrang krijgt als zij een huurwoning achterlaat. Daardoor komt er niet één, maar twee woningen vrij voor woningzoekenden. Dat is extra interessant bij senioren, omdat zij juist vaak van een eengezinswoning naar een gelijkvloerse woning willen. Die geclusterde gelijkvloerse woningen hebben vaak een seniorenlabel, waardoor alleen senioren hier kunnen huren.
Klinkt allemaal heel logisch en het model levert aantoonbaar meer vrijgekomen woningen op. In de praktijk komt het erop neer dat hierdoor de slagingskans van senioren vele malen hoger is dan die van starters. Senioren hebben door hun leeftijd vaak al de meeste wachttijd en profiteren ook nog van doorstroom- en seniorenvoorrang.
Zo was er een oudere huurder die binnen 5 jaar maar liefst 3 keer kon verhuizen naar een andere woning van Het Grootslag. Op papier alweer een logische regeling, maar in de praktijk vooral een stoelendans voor “insiders”?
In de regio Amsterdam (MRA) wordt gewerkt met een puntensysteem waarbij naast wachttijd ook andere factoren meetellen, zoals urgentie en actief zoekgedrag.
Het idee is dat degenen die actief zoeken meer kans maken op een woning. Dit voelt al een stuk rechtvaardiger. Maar dit systeem werkt vooral in een stedelijke omgeving waar veel aanbod is en ook veel gereageerd kan worden. Bovendien bevoordeelt het degenen die “het systeem snappen” en slim omgaan met het opbouwen van zoekpunten.
Wachten of toch liever loten?
En wat als we de wachttijd nu helemaal loslaten? Steeds meer corporaties werken (voor een deel van hun aanbod) met loting. Zo heeft in ieder geval iedereen een kans. Het grote nadeel is natuurlijk dat mensen hierdoor ook jarenlang pech kunnen hebben (of zelfs helemaal niet meer aan de beurt komen). En er geen rekening gehouden kan worden met de mate van urgentie. Een onderzoek onder woningzoekenden in onze regio wees eerder dan ook uit dat de meesten loting onrechtvaardig vinden.
I
Wat vindt u?
Welk systeem je ook kiest, de vraag naar woningen blijft groot en de ideale oplossing is er niet. Maar dat ontslaat ons niet van de noodzaak om, naast de focus op het bijbouwen van woningen, hier goed over na te denken, over in gesprek te gaan en te blijven. Wat vinden we met elkaar eerlijk en nodig? Wat vinden huurders? En woningzoekenden? Laat het ons vooral weten via
Over deze blog
In deze terugkerende blog gaat onze directeur-bestuurder Anneke TImmermans in op actuele thema’s binnen wonen, leefbaarheid en onze opgave als woningcorporatie.